zaterdag 9 maart 2013

Een streepje roze volstaat

 


Dit artikel van An Gordier werd overgenomen van de website van DeWereldMorgen.

"Vorige week stond ik aan te schuiven bij de bakker met een flukse anderhalfjarige aan de hand. Toen die ijverig de toonbank begon af te breken, kirde de verkoopster “Oo, wat een flink kereltje!”. “Jaja, ze is heel flink”, repliceerde ik.  

Hierop fluisterde de vrouw me samenzweerderig in de oren (moeders onder elkaar, je weet wel): “Oei, van mijn dochter dacht ook iedereen dat het een jongetje was. Maar ik heb dat rap opgelost door ze oorbellekes te laten steken”. Kleine pruts geeft momenteel de overtuigende indruk dat het haar bijzonder weinig kan schelen of iemand haar jongetje noemt of meisje, of oelieboelie, duimelijntje of bol.

Wel zet ze haar keel open als iemand een naald in haar vel prikt. Dát lijkt me eerder iets om een trauma van op te lopen. Hoewel grotere mensen veelal ook niet van naalden in hun lichaam houden, is naar gender speuren zowat het eerste wat ze doen als ze baby’s of peuters in het zicht krijgen - idem dito overigens bij een zwangerschap.

Op basis van bekende houvasten - een streepje roze is genoeg - vissen ze naar het geslacht van een kind. Bij afwezigheid van roze kledingstukken of een pop in de hand nemen mensen meestal automatisch aan dat het kind een jongetje is. Bij een verkeerde inschatting excuseren ze zich dan snel. “Laat het los, niets aan de hand. Alles komt goed met dit kind, en ook met u”, wil ik die mensen dan toefluisteren, met een verzachtend schouderklopje toe.

Toegegeven, bij momenten laat ik voor het gemak genderverwarring vrolijk bestaan. Soms ook voor de lol, dan wissel ik zelfs bewust tijdens zo’n gesprek af tussen ‘zij’ en ‘hij’. Grappig om te zien hoe dat voor volslagen verwarring zorgt. Dat gebeurt ook als Bol haar fraaie ‘Ladykiller’-trui aanheeft. Mensen weten vaak niet goed wat daarmee aan te vangen.

Om eerlijk te zijn, ik weet soms ook niet wat de beste manier is om daar dan mee om te gaan. Ik vraag me af wat het eigenlijk met kinderen doet, die patronen waar we ze steeds opnieuw in duwen. Jongens die wenen zijn mietjes, voor meisjes kan het wel. Wat voor de ene mag, is bij de ander bijna taboe.

Het enige wat Bol heeft met mode, is dat ze alle kleren uit de commode overal in de living rondstrooit en opraapt, wel tien keer op een dag. Laat ze maar doen: stoer zijn, roze broekkousen als sjaal gebruiken, en gewoon een vrolijk kind zijn. Zonder oorbellen.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen