donderdag 27 juni 2013

Mijn Dochter Is Lesbisch. En Dat Is Een Probleem Omdat..?



Op 18 juni 2013 publiceerde Asha ten Broeke in de Nederlandse krant Trouw de column 'Hetero, homo of lesbo: Het zou er niet toe moeten doen wat je bent', waarin ze vertelt over haar lesbische kleuterdochter. Hierop komen nogal wat reacties los, waarover Asha dan weer op 25 juni in Trouw een column schrijft, getiteld: 'Ik wil de lesbische gevoelens van mijn dochter niet wegwuiven'. 

Op haar wetenschapsblog over gender en seksualiteit reflecteert ze op de vele reacties die de thematiek van (niet-heteroseksuele) seksualiteit en orientatie bij kinderen heeft gegenereert. Asha's blog,  'Mijn dochter is lesbisch. En dat is een probleem omdat..?' wordt hieronder geherpubliceerd. Op deze blog 'Het Meisje Met de Eierstokjes' zijn andere interessante blogs te vinden over feminisme, gender en seksualiteit.

Mijn dochter is lesbisch. En dat is een probleem omdat…?

Geplaatst op 26 juni 2013

Ik heb een lesbische kleuterdochter. En dat is een probleem.
Niet voor mij, overigens. Het zal me worst wezen op welke sekse mijn meid haar affecties richt. Maar veel andere mensen hebben het er lastig mee.

Nadat ik in mijn column in Trouw had geschreven over mijn lesbische dochter (twee keer) vertelden deze mensen me via twitter, mail en de reacties onder het stuk wat ze ervan vonden. Daar waren fijne berichten bij. Maar de meeste reacties waren niet overdreven positief.

Zo waren er mensen die zeiden dat een kleuter nog helemaal niet lesbisch kan zijn. Daarvoor is ze nog te jong. Kinderen klooien maar wat aan op het amoureuze vlak. ‘Ik was verliefd op mijn teddybeer’, hoorde ik langskomen. Of op de juf. Een echte oriëntatie ontstaat pas in de puberteit, onder invloed van de dan rondrazende hormonen. Dus ik kan maar beter afwachten, want wie weet valt ze later wel gewoon op jongens. En dan heb ik mooi in de krant gezet dat ze op meisjes valt. Je ziet trauma aankomen. Dat wordt levenslange therapie.

Het misverstand zit hem hierin: volgens bijna alle wetenschappers ontstaat seksuele oriëntatie op zijn minst voor een deel voor de geboorte. Volgens sommigen vooral onder invloed van testosteron in de baarmoeder, volgens anderen vooral onder invloed van genen. Laat je echter niet van de wijs brengen door dat ‘seksuele’ in ‘seksuele oriëntatie’: bij homo’s en lesbiennes die hun hele leven hebben geweten hoe de vork in de steel zat begint deze oriëntatie doorgaans met verliefdheid, niet met seksuele aantrekking. Vlinders in de buik, niet in het kruis (het zijn net hetero’s). Of met gedrag dat door de meer conservatieve wereldburgers niet passend wordt geacht voor de sekse waar iemand toebehoort. Het begint in ieder geval niet met seks.

Misschien zou het beter zijn om van ‘relatie-oriëntatie’ te spreken.

Overigens ben ik me er terdege van bewust dat oriëntaties – zeker bij meisjes en vrouwen – veranderlijk zijn. Ik schreef er zelfs een lang artikel over, en ook in mijn derde boek ga ik dit uitgebreid aan de orde laten komen. In het artikel vertel ik over onderzoek waaruit blijkt dat van alle niet-hetero vrouwen na tien jaar tweederde van oriëntatie is gewisseld: van lesbisch naar bi, van bi naar ongelabeld, enzovoorts. Toch neem ik aan dat er geen haar op onze collectieve hoofden is die erover piekert om tegen een volwassen lesbiennes te zeggen: ‘Ja, dat denk je nu, maar wie weet over een paar jaar…?’ Toch verwachten mensen van mij dat ik mijn dochters gevoelens zo benader – alsof ze zich maar wat verbeeldt. Als ze zegt: ‘Ik ben lesbisch’, moet ik volgens de suggesties reageren met: ‘Ja hoor, natuurlijk schatje…’, en het gespreksonderwerp veranderen.

Dat lijkt me schadelijk. Straks zit ze met de herinnering opgescheept dat ze, toen ze als kind eerlijk zei hoe ze zich voelde, door mij werd weggewuifd. Ik ken net iets teveel homo’s en lesbiennes die als puber enorm geworsteld hebben met zulke argeloze opmerkingen, al dan niet terecht ervaren als net niet uitgesproken afkeuring. Dat ga ik dus niet doen.

Bovendien vind ik het aanmatigend; alsof ik beter weet wat mijn dochter voelt dan zijzelf. Alsof wat zij nu voelt niet helemaal echt is, omdat ze klein is. Natuurlijk is een verliefdheid als je vijf bent anders dan een verliefdheid als je zestien bent (of 26, of 86). Maar op haar school is het, volgens de kleuters zelf, een zaak van enig belang, waarin zij bovendien tegen alle sociale druk aan haar meisjesverliefdheden blijft vasthouden. En hoe dan ook: ik ben niet degene die mag beslissen wat dit dan betekent. Dat mag mijn dochter zelf doen. Mijn taak is om haar serieus te nemen en haar liefdevol te ondersteunen. Dus als zij nu zegt dat ze lesbisch is, dan is ze lesbisch. Zo heb ik haar lief.

De mensen die boos reageerden op mijn columns zijn het hier niet mee eens. Een kleuter kan niet lesbisch zijn, maar zelfs als zou ze dat wel zijn, dan moet ik erover zwijgen. Dit is het punt waarop in de twitterdiscussies die ik voerde het privacy-argument naar voren komt.

Ik zou de privacy van mijn dochter schaden door haar oriëntatie in de krant te zetten. Nog even afgezien van het feit dat ik nooit met naam en toenaam over mijn kinderen schrijf – ze mogen als ze groot zijn zelf kiezen of ze ‘uit de kast komen’ als mijn dochters – is dit een opmerkelijke redenering.

Opmerkelijk vooral omdat niemand het te berde bracht toen ik schreef dat mijn dochter introvert was. Of misschien wel hoogbegaafd. Of linkshandig. Of dat ze astronaut wil worden.

Al deze dingen zijn voor haar identiteit minstens even wezenlijk als haar oriëntatie. Ook deze informatie is privé. Ook hierin zou je kunnen lezen dat ik haar in hokjes stop. Maar niemand protesteerde. En nu wel. Ik heb intieme informatie over haar vrijgegeven. Informatie die alleen zij als ze groot is naar buiten had mogen brengen. Oriëntatie is blijkbaar geen eigenschap als alle andere. Het is Iets Anders.

Zo Anders, dan mensen in een kramp schieten als je er iets over zegt. Dat meteen moet worden ontkend dat het bestaat (zie het argument: ze is te jong om lesbisch te zijn). Of we moeten aannemen dat het wel weer zal verdwijnen (zie het argument: ze wordt later vast gewoon hetero). Of anders uit het zicht moet worden weggestopt (zie het argument: mag je niets over zeggen want privacy). Hoe dan ook: het mag er niet gewoon zijn zoals het is.

Veel van de mensen die zo reageren zouden zichzelf in geen honderd dagen homofoob hebben genoemd. Maar als de reacties op mijn columns iets laten zien is het wel dat veel ‘tolerante’ mensen toch nog bang zijn voor homoseksualiteit. Er toch nog ongemakkelijk van worden. Want anders zouden ze niet zo reageren. Dan zouden ze dat onderscheid tussen linkshandigheid/verlegenheid/… en oriëntatie niet maken. In mijn eerste column wees ik daarop: dat de homo-emancipatie pas geslaagd zou zijn wanneer oriëntatie een volkomen onopmerkelijk stukje non-informatie zou zijn. Met elke boze reactie – kan ze niet zijn! Groeit ze overheen! Mag je niet zeggen! – groeit het bewijs voor mijn punt: zover zijn we nog niet.

Wanneer ik deze gedachtegang op twitter aan deze mensen presenteer, reageren ze als door een wesp gestoken. Walgelijk dat ik homofobie erbij haalde. Vervolgens buitelen ze over zichzelf heen om te zeggen dat ze er geen enkel probleem mee hebben dat mijn dochter lesbisch is. Ik, een probleem met homo’s? Hoe kom je erbij? Neeee hoor. Gekkie.

Maar als je er geen enkel probleem mee hebt, waarom doe je er dan zo moeilijk over?

Als je er geen enkel probleem mee hebt, waarom mag ik dan niet zeggen dat mijn dochter lesbisch is?

Waarom mag ik haar oriëntatie niet serieus nemen? Waarom moet ik zo nodig zwijgen? Als homoseksualiteit helemaal cool en oké is, waarom mag het dan niet in de krant?

Dus probeer ik het nog een laatste maal. Mijn dochter is dus lesbisch. So what?

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen